ECLI:NL:GHAMS:2020:2798
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding voor onwaarachtige verklaringen tijdens voorlopige hechtenis
Verzoeker heeft een schadevergoeding gevraagd wegens de ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis in een strafzaak, alsmede een vergoeding voor kosten rechtsbijstand. Het hof overweegt dat verzoeker tijdens het opsporingsonderzoek herhaaldelijk onwaarachtige verklaringen heeft afgelegd, waaronder ontkenning van het kennen van het slachtoffer en het aanwezig zijn op diens boot, terwijl het onderzoek het tegendeel aantoonde.
Door deze onwaarheden heeft verzoeker de verdenking tegen zichzelf versterkt, wat mede heeft geleid tot de voorlopige hechtenis. Het hof acht daarom geen gronden van billijkheid aanwezig om de gevraagde schadevergoeding toe te kennen. Wel wordt een vergoeding van €550 toegekend voor de kosten van rechtsbijstand in de procedure.
Daarnaast wordt het toegekende bedrag verrekend met openstaande geldsommen die verzoeker aan de Staat verschuldigd is. De beschikking is uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 6 oktober 2020.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schadevergoeding af, kent €550 aan proceskosten toe en bepaalt verrekening met openstaande geldsommen.