ECLI:NL:GHAMS:2020:2832
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek partneralimentatie wegens onvoldoende onderbouwing behoefte en draagkracht
Partijen zijn gehuwd in 2008 en het huwelijk is in januari 2019 ontbonden. De vrouw verzocht in hoger beroep om vaststelling van partneralimentatie van €4.280,- per maand, gebaseerd op het netto besteedbaar inkomen tijdens het huwelijk en een behoeftelijst. De man betwistte de hoogte van de behoefte en stelde dat de vrouw zelf in haar onderhoud kan voorzien.
Het hof overwoog dat de vrouw onvoldoende inzicht heeft gegeven in haar daadwerkelijke inkomsten, waaronder de opbrengsten van een verhuurd huis in Polen. Hoewel zij psychische klachten heeft, is niet aannemelijk gemaakt dat deze haar arbeidsvermogen volledig uitsluiten. De vrouw heeft ook niet voldoende onderbouwd dat zij actief solliciteert naar passend werk of als zelfstandige aan de slag is.
Gelet op deze omstandigheden acht het hof de vrouw in staat zelf in haar levensonderhoud te voorzien. De behoefte wordt vastgesteld op €1.690,- netto per maand na correctie van betwiste posten, maar omdat de vrouw niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij onvoldoende inkomsten heeft, wordt het verzoek tot partneralimentatie afgewezen.
De draagkracht van de man en de duur van de alimentatie behoeven daardoor geen beoordeling. Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de vrouw af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vrouw tot partneralimentatie af wegens onvoldoende onderbouwing van haar behoefte en het ontbreken van bewijs dat zij niet in staat is zelf in haar levensonderhoud te voorzien.