Uitspraak
1.[oud-notaris] ,
2.[notaris] ,
3.[kandidaat-notaris] ,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Standpunt van klager
a. zij akten hebben gepasseerd waarin wordt verwezen naar een bank, te weten [de Bank] , die beweerdelijk op het kantooradres van de notarissen ingeschreven zou zijn, maar feitelijk niet bestaat;
b. zij akten hebben gepasseerd waarin staat dat van volmachten voldoende is gebleken, terwijl deze volmachten niet op een juiste wijze tot stand zijn gekomen.
4.Standpunt van de notarissen
5.Beoordeling
“deze volmachten niet op een juiste wijze tot stand zijn gekomen”, aldus dat volgens klager de vertegenwoordigingsbevoegdheid niet juist was.