ECLI:NL:GHAMS:2020:2873
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- A.N. van de Beek
- A.M. van Amsterdam
- H.A. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen voorzitter beklagkamer in artikel 12 Sv-procedure wegens misbruik van recht
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de voorzitter van de beklagkamer in een artikel 12 Sv Pro-procedure, waarin een klacht tegen een beslissing tot niet-vervolging werd behandeld. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid omdat de voorzitter kritische vragen aan verzoeker stelde maar niet aan de advocaat-generaal, en het advies van de advocaat-generaal vrijwel standaard zou worden gevolgd.
De raadsheer gaf schriftelijk aan niet in het wrakingsverzoek te berusten en lichtte toe dat de artikel 12 Sv Pro-procedure niet onder artikel 6 EVRM Pro valt en dat de voorzitter niet gebonden is aan het advies van de advocaat-generaal. De wrakingskamer concludeerde dat uit het proces-verbaal geen aanwijzingen voor vooringenomenheid konden worden afgeleid.
Verzoeker vroeg meerdere malen om uitstel van de behandeling vanwege corona-gerelateerde gezondheidsklachten, maar leverde geen objectieve onderbouwing zoals een medische verklaring. De wrakingskamer bood mogelijkheden voor telefonische deelname, maar verzoeker verscheen niet. Het wrakingsverzoek werd daarom als misbruik van recht aangemerkt en niet in behandeling genomen.
De wrakingskamer oordeelde dat wraking niet kan dienen als middel tegen onwelgevallige beslissingen en dat de vermoedelijke onpartijdigheid van de rechter voorop staat. Het verzoek werd afgewezen en de wrakingskamer wees het verzoek tot wraking in de hoofdzaak eveneens af.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzitter van de beklagkamer is afgewezen wegens gebrek aan objectieve gronden en misbruik van recht.