Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
(...)
(…) Uit deze mail blijkt onder andere dat mevrouw [klaagster] mijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid in twijfel trekt.
Gerechtshof Amsterdam
Klaagster diende een beroepschrift in tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat waarin zij stelde dat de notaris niet had gehandeld zoals een behoorlijk notaris betaamt bij de afwikkeling van de nalatenschap van haar moeder (erflaatster). De notaris was betrokken bij de afwikkeling als 'betrokken notaris' door het afgeven van een verklaring van erfrecht op verzoek van de executeur.
De feiten betroffen onder meer het testament van erflaatster waarin klaagster en een broer waren uitgesloten als erfgenamen, de afgifte van de verklaring van erfrecht, en een gesprek waarbij klaagster zich niet onpartijdig behandeld voelde. De notaris beëindigde zijn werkzaamheden na een telefoongesprek met klaagster, waarna een andere notaris de werkzaamheden overnam.
Het hof oordeelde dat de notaris zorgvuldig had gehandeld, onder meer door tijdige overhandiging van het testament, duidelijke communicatie over zijn rol, en het aanbieden van aanwezigheid bij besprekingen. De stelling van klaagster dat de notaris niet onafhankelijk of onpartijdig was, werd niet feitelijk onderbouwd.
Het hof bevestigde de eerdere beslissing van de kamer dat de klacht ongegrond is. De notaris heeft gehandeld conform de eisen van artikel 93 lid 1 van Pro de Wet op het notarisambt. Daarmee werd de klacht afgewezen en de beslissing van de kamer bekrachtigd.
Uitkomst: De klacht van klaagster tegen de notaris over zijn handelen bij de boedelafwikkeling is ongegrond verklaard en de bestreden beslissing bevestigd.