ECLI:NL:GHAMS:2020:2960
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging minimale kinderbijdrage ondanks schuldhulpverlening en Wajong-uitkering
De vrouw en de man waren tot begin 2018 een relatie en hebben twee kinderen. De kinderen verblijven sinds mei 2018 feitelijk bij de man, die ook het gezag heeft. De rechtbank had een minimale kinderbijdrage van €25 per kind per maand vastgesteld, waartegen de vrouw in hoger beroep ging vanwege haar beperkte draagkracht door een Wajong-uitkering en deelname aan een schuldhulpverleningstraject.
De vrouw voerde aan dat zij vanwege haar inkomen, psychische en fysieke klachten en de kosten van omgang met de kinderen niet in staat was de bijdrage te betalen. Ook stelde zij dat de man met een bijstandsuitkering geen belang had bij de bijdrage omdat zijn uitkering met het alimentatiebedrag werd gekort. De man stelde dat de vrouw met haar uitkering boven bijstandsniveau voldoende draagkracht had en dat hij zelf ook een schuldhulpverleningstraject had doorlopen.
Het hof oordeelde dat de vrouw een netto besteedbaar inkomen van circa €1.113 per maand heeft en dat volgens de richtlijnen van de Expertgroep Alimentatienormen dit inkomen een minimale draagkracht van €50 per maand voor twee kinderen rechtvaardigt. De schuldhulpverlening en vaste lasten van de vrouw werden meegewogen, maar het hof vond onvoldoende bewijs dat zij niet aan de bijdrage kon voldoen zonder in de noodzakelijke kosten van bestaan tekort te schieten.
Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank en stelde vast dat de bijdrage tot de datum van de beschikking wordt bepaald op hetgeen door de vrouw is betaald of op haar is verhaald, om te voorkomen dat een nieuwe alimentatieschuld ontstaat die het schuldhulpverleningstraject zou kunnen schaden. De stelling van de vrouw dat de man geen belang heeft bij de bijdrage vanwege zijn bijstandsuitkering werd verworpen, omdat deze uitkering subsidiair is en pas wordt verstrekt als andere inkomsten onvoldoende zijn.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de minimale kinderbijdrage van €25 per kind per maand en bepaalt dat de bijdrage tot de datum van de beschikking wordt vastgesteld op hetgeen reeds is betaald of verhaald.