ECLI:NL:GHAMS:2020:3006
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontzetting uit ambt gerechtsdeurwaarder wegens bewaringstekort en ontoereikende administratie
De klacht van het Bureau Financieel Toezicht (BFT) tegen de voormalig gerechtsdeurwaarder betrof onder meer het niet melden en aanzuiveren van een bewaringstekort, het voeren van een ontoereikende administratie en het handelen in strijd met artikel 475i Rv. De gerechtsdeurwaarder erkende fouten en bood zijn excuses aan, maar hield betalingen uit nevenwerkzaamheden buiten de boekhouding.
De kamer voor gerechtsdeurwaarders verklaarde de klacht grotendeels gegrond en legde de maatregel van ontzetting uit het ambt op met een termijn van vijf jaar waarin de gerechtsdeurwaarder niet als waarnemer kan worden benoemd. Het hof bevestigde deze beslissing na behandeling van het hoger beroep, waarbij het verweer van de gerechtsdeurwaarder dat de gegevens over het bewaringstekort onduidelijk zouden zijn, werd verworpen.
Het hof benadrukte het belang van het vertrouwen in gerechtsdeurwaarders en oordeelde dat de ernstige tekortkomingen en het buiten de boekhouding houden van gelden uit nevenwerkzaamheden niet verenigbaar zijn met het ambt. Daarnaast werd de gerechtsdeurwaarder veroordeeld tot betaling van de kosten van de klachtbehandeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ontzetting uit het ambt van de gerechtsdeurwaarder en legt een termijn van vijf jaar op waarin hij niet als waarnemer kan optreden.