ECLI:NL:GHAMS:2020:3107
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.C.C. Lewin
- M.P. van Achterberg
- A.P. Wessels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake betalingsregeling en rentevordering kredietlimiet overschrijding
In deze civiele zaak tussen Defam B.V. en geïntimeerde staat een vordering voortvloeiend uit een kredietovereenkomst centraal. Het hof Amsterdam bevestigt het tussenarrest van juni 2020 en komt niet terug op de eerdere beslissingen. Defam heeft nadere producties ingediend en is in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten.
Het hof oordeelt dat geen sprake is van een gerechtelijke erkentenis van de vordering door geïntimeerde. Wel is erkend dat geïntimeerde een betalingsregeling is aangegaan en de afgesproken bedragen tot eind 2018 heeft voldaan. Dit leidt echter niet tot erkenning van de gevorderde rentecomponent. Defam heeft voldoende toegelicht dat geïntimeerde per 28 december 2018 in verzuim was en dat de gevorderde rente niet hoger is dan de overeengekomen 10,8%.
Echter, Defam kon niet onderbouwen waarom rente wordt gevorderd over het bedrag dat de kredietlimiet van €15.000 te boven gaat. Het hof wijst deze rente over het meerdere af en stelt Defam in de gelegenheid haar vordering opnieuw te berekenen zonder deze rentecomponent. De zaak wordt verwezen naar de rol voor het nemen van een akte tot dit doel.
Uitkomst: Het hof wijst de rente over het bedrag boven de kredietlimiet af en verwijst Defam in de gelegenheid haar vordering opnieuw te berekenen.