Uitspraak
Procesverloop en onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging
ne bis in idem-beginsel
,aldus de raadsman.
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte werd in twee zaken vervolgd voor het opzettelijk overtreden van een gebiedsverbod in Amsterdam, opgelegd door de burgemeester ter handhaving van de openbare orde. In zaak A betrof het een overtreding op 22 december 2017 en in zaak B op 21 februari 2018, waarbij in zaak B ook sprake was van recidive binnen twee jaar.
De verdediging voerde niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie aan wegens dubbele bestraffing, omdat de verdachte reeds vier dagen vervangende hechtenis had ondergaan op grond van een rechter-commissarisbeslissing. Het hof verwierp dit verweer op basis van een recente uitspraak van de Hoge Raad, waarin werd vastgesteld dat een rechter-commissarisbeslissing tot vervangende hechtenis geen onherroepelijke strafrechterlijke beslissing is in de zin van het ne bis in idem-beginsel.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte beide overtredingen had begaan en verklaarde het bewezenverklaarde strafbaar. Gezien de eerdere veroordelingen en de opgelegde vrijheidsbenemende maatregelen, achtte het hof een straf gerechtvaardigd, maar besloot op grond van artikel 9a Sr geen straf of maatregel op te leggen. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht zonder strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte schuldig verklaard aan overtreding gebiedsverbod, maar geen straf of maatregel opgelegd.