Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
3.Wettelijk kader en wetsgeschiedenis
4.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep van de verdachte
(i) Aan de verdachte is op 16 november 2017 door de burgemeester van Amsterdam een gebiedsverbod met betrekking tot “Overlastgebied Centrum” opgelegd voor de duur van drie maanden.
(ii) Op 27 november 2017 overtreedt de verdachte het gebiedsverbod (zaak H). De politierechter in de rechtbank Amsterdam veroordeelt de verdachte op 1 december 2017 tot vier weken gevangenisstraf, waarvan twee voorwaardelijk, en legt een vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van een jaar op, met bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid daarvan, die een gebiedsverbod behelst voor hetzelfde gebied als het door de burgemeester opgelegde gebiedsverbod. Per overtreding kunnen zeven dagen vervangende hechtenis worden opgelegd.
(iii) Op 23 december 2017 overtreedt de verdachte het gebiedsverbod en wordt aangehouden op grond van artikel 184 Sr Pro.
(iv) Op 24 december 2017 vordert de officier van justitie de tenuitvoerlegging van zeven dagen vervangende hechtenis op de grond dat de verdachte het op 1 december 2017 als vrijheidsbeperkende maatregel opgelegde gebiedsverbod heeft overtreden. De rechter‑commissaris heeft deze vordering afgewezen. Tegen die afwijzende beslissing is geen rechtsmiddel ingesteld.
6.Beslissing
23 juni 2020.