ECLI:NL:GHAMS:2020:3144
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vergoeding reis-, verblijfskosten en schade tijdverzuim in strafzaak
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam inzake vergoeding van reis-, verblijfskosten, tijdverzuim en kosten rechtsbijstand in een strafzaak die zonder strafoplegging eindigde.
Het hof beoordeelde de verzoeken op grond van artikel 530 Sv Pro en de Wet tarieven in strafzaken. De reiskosten werden deels onderbouwd met een vliegticket en hotelrekening, maar taxikosten en tijdverzuim werden niet voldoende aangetoond. Het hof matigde daarom de vergoeding voor reiskosten en wees het verzoek om vergoeding van tijdverzuim af.
De kosten voor rechtsbijstand in de strafzaak en in de verzoekschriftprocedure werden toegewezen conform de declaraties, omdat geen sprake was van bovenmatige kosten. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en kende een totale vergoeding van €10.626,74 toe, met afwijzing van overige verzoeken.
De beschikking werd op 17 november 2020 door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam uitgesproken en de uitbetaling werd bevolen.
Uitkomst: Het gerechtshof kent appellant een vergoeding toe van €10.626,74 en vernietigt de eerdere beschikking.