ECLI:NL:GHAMS:2014:2466
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vergoeding kosten rechtsbijstand in strafzaak
Verzoeker diende een verzoek in tot vergoeding van kosten rechtsbijstand en reiskosten in verband met een strafzaak. De rechtbank kende een matiging toe en vergoedde slechts €2.500,- van het gevraagde bedrag van €4.251,82, omdat zij de zaak niet complex achtte en een gemiddelde tijdsbesteding van 10 uur passend vond in plaats van de gedeclareerde 15 uur en 6 minuten.
In hoger beroep betoogde de advocaat van verzoeker dat de declaratie met urenspecificatie geen bovenmatig aantal uren bevatte en dat het tarief niet ongebruikelijk hoog was. De advocaat-generaal sloot zich aan bij de rechtbank, maar vond een vergoeding van €2.500,- billijk gezien de aard van de zaak.
Het hof oordeelde dat de rechter niet gebonden is aan de door de advocaat opgestelde declaratie, ook niet als deze een gedetailleerde urenspecificatie bevat. De rechter kan afwijken bij gronden van billijkheid, zoals de mate waarin verzoeker aan zichzelf te wijten heeft dat kosten zijn gemaakt of de bovenmatigheid van de declaratie. In dit geval achtte het hof toekenning van het volledige gevraagde bedrag billijk en vernietigde het de beschikking van de rechtbank.
Het hof kende verzoeker een vergoeding toe van €4.251,82, inclusief reiskosten en kosten voor het opstellen en toelichten van het verzoekschrift, te betalen uit 's Rijks kas.
Uitkomst: Het hof kent verzoeker een vergoeding van €4.251,82 toe voor kosten rechtsbijstand en reiskosten.