ECLI:NL:GHAMS:2020:3193
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep strafzaak
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 10 november 2020 uitspraak gedaan over het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 23 november 2017. De verdachte was vertegenwoordigd door een raadsvrouw die aanvankelijk bezwaren tegen het vonnis had opgegeven tijdens de eerste zitting op 19 juli 2019.
Echter heeft de raadsvrouw bij e-mail van 6 november 2020 namens de verdachte laten weten dat hij zijn oorspronkelijke bezwaren niet langer wenst te handhaven. Het hof heeft vervolgens vastgesteld dat er geen rechtens te respecteren belang meer bestaat bij het voortzetten van het hoger beroep.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft het hof de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij één rechter wegens omstandigheden niet heeft meegetekend.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet langer handhaven van bezwaren.