ECLI:NL:GHAMS:2020:3194

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 november 2020
Publicatiedatum
25 november 2020
Zaaknummer
23-003989-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416, tweede lid, Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep strafzaak

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 10 november 2020 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 3 november 2017. Verdachte was in hoger beroep gegaan tegen dit vonnis. Tijdens de procedure heeft de raadsvrouw van verdachte namens hem de bezwaren tegen het vonnis ingetrokken.

Het hof heeft vervolgens overwogen dat, nu de bezwaren zijn ingetrokken en er geen ander rechtens te respecteren belang is gebleken dat een onderzoek in hoger beroep rechtvaardigt, verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep. Dit volgt uit artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij één van de rechters niet in staat was het arrest mede te ondertekenen. De verdachte is daarmee niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en het vonnis van de rechtbank blijft in stand.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003989-17
datum uitspraak: 10 november 2020
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw, na aanhouding niet verschenen)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 3 november 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-037256-16 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,
adres: [adres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
10 november 2020.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van het bij e-mail van 6 november 2020 aan het hof toegezonden standpunt van de raadsvrouw van de verdachte, strekkend tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep op de voet van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), en de dienovereenkomstige vordering van de advocaat-generaal.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is aangevangen op 19 juli 2019. De raadsvrouw heeft toen namens de verdachte bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Bij genoemde e-mail heeft de raadsvrouw namens de verdachte te kennen gegeven dat hij zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven. Naar aanleiding daarvan en nu het hof ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, zal de verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Sv.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. D. Radder en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van
mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
10 november 2020.
mr. H.M.J. Quaedvlieg is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.