ECLI:NL:GHAMS:2020:3241
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verjaring schadevergoedingsvordering na psychische klachten door handgemeen
In deze civiele zaak vordert appellant schadevergoeding van geïntimeerde wegens psychische en materiële schade als gevolg van een handgemeen in 2006. Appellant stelt dat de verjaring pas in 2013 begon, toen hij de diagnose PTSS kreeg, en dat zijn vordering daarom niet verjaard is.
Het hof oordeelt dat de verjaringstermijn van vijf jaar begint te lopen zodra appellant bekend is met de schade en de aansprakelijke persoon, wat hier uiterlijk op 26 november 2007 het geval was. Het is niet vereist dat de exacte diagnose PTSS dan al was gesteld. De vordering is derhalve verjaard toen appellant in 2018 dagvaarding uitbracht.
Daarnaast heeft geïntimeerde betwist dat hij appellant mishandeld heeft en dat de psychische klachten door het incident zijn veroorzaakt. Appellant heeft in hoger beroep geen bewijs aangeboden om deze stellingen te weerleggen. Hierdoor kan het hof niet vaststellen dat geïntimeerde aansprakelijk is en wijst het de vordering af.
Het hof bekrachtigt de bestreden uitspraak en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De schadevergoedingsvordering is verjaard en wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs.