ECLI:NL:GHAMS:2020:3390
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Aanpassing haal- en brengregeling in zorgregeling voor minderjarige
In deze zaak staat de haal- en brengregeling binnen een bestaande zorgregeling voor een minderjarige centraal. Het hof vernietigde eerder een beschikking die bepaalde dat de vrouw de minderjarige naar de man thuis bracht en de man hem weer terugbracht naar de vrouw thuis. Totdat een nieuw besluit werd genomen, bleef de man de minderjarige ophalen en terugbrengen op een neutrale plek in de woonplaats van de vrouw.
Na ontvangst van een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming en aanvullende stukken, vond een mondelinge behandeling plaats waarbij partijen en de raad aanwezig waren. De vrouw trok haar verzoek tot beëindiging van de zorgregeling in, zodat alleen de haal- en brengregeling onderwerp van besluitvorming bleef.
De zorgregeling waarbij de minderjarige om de twee weken een weekend bij de man verblijft, verloopt goed. Het hof acht het in het belang van de minderjarige dat hij regelmatig contact met zijn vader behoudt en dat duidelijke afspraken worden gemaakt. De man stelde voor dat hij de minderjarige op vrijdag ophaalt bij de vrouw en dat de vrouw hem op zondag ophaalt bij de man, wat de vrouw betwistte vanwege financiële redenen en het ontbreken van een eigen auto.
De raad benadrukte het belang van gelijkwaardigheid in het halen en brengen. Het hof oordeelde dat het belangrijk is dat ook de vrouw een aandeel heeft in het halen en brengen, mede gelet op de afstand tussen de ouders en het belang van de minderjarige. Daarom bepaalde het hof dat de man de minderjarige op vrijdag ophaalt op een neutrale plek in de woonplaats van de vrouw en dat de vrouw de minderjarige op zondag ophaalt bij de man. De kosten van de procedure worden door beide partijen zelf gedragen.
Uitkomst: De haal- en brengregeling wordt aangepast zodat de man de minderjarige op vrijdag ophaalt bij de vrouw op een neutrale plek en de vrouw hem op zondag bij de man ophaalt.