ECLI:NL:GHAMS:2020:3417
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis oplichting met aanpassing schadevergoedingsmaatregelen
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland in een oplichtingszaak. De verdachte was in eerste aanleg deels vrijgesproken en veroordeeld voor andere feiten. Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen de vrijspraak, omdat hoger beroep tegen vrijspraak niet openstaat volgens artikel 404 lid 5 Sv Pro.
Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de veroordeling betreft, maar vernietigde het vonnis voor wat betreft de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen. Dit vanwege de per 1 januari 2020 gewijzigde wetgeving die vervangende hechtenis bij niet-betaling van schadevergoeding vervangt door gijzeling.
De schadevergoedingsmaatregelen werden opnieuw opgelegd met een maximale gijzeling van één dag per slachtoffer, waarbij de wettelijke rente vanaf respectievelijk 17 en 18 december 2017 wordt berekend. Het hof benadrukte dat gijzeling de betalingsverplichting niet opheft en dat betaling aan één slachtoffer de verplichting voor de ander doet vervallen.
De overige onderdelen van het vonnis van de rechtbank werden bevestigd. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 12 november 2020.
Uitkomst: Verdachte niet-ontvankelijk verklaard voor hoger beroep tegen vrijspraak; schadevergoedingsmaatregelen aangepast met gijzeling van maximaal één dag.