ECLI:NL:GHAMS:2020:3422
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak rijden tijdens ontzegging en veroordeling rijden met ongeldig rijbewijs
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd beschuldigd van rijden tijdens een ontzegging en het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs.
Het hof sprak verdachte vrij van het eerste tenlastegelegde, omdat uit de kennisgeving en betekening van de ontzegging niet kon worden afgeleid dat verdachte daadwerkelijk tijdens de ontzegging heeft gereden. Dit oordeel sluit aan bij eerdere jurisprudentie dat de kennisgeving niet zonder meer de duur van de ontzegging vaststelt.
Ten aanzien van het tweede tenlastegelegde oordeelde het hof dat verdachte wel wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Dit bleek uit aangetekende brieven van het CBR, eerdere aanhoudingen waarbij verdachte werd geïnformeerd over de ongeldigverklaring, en zijn eigen verklaringen. Het verweer van de raadsvrouw dat niet kon worden vastgesteld dat verdachte de brieven had gelezen, werd verworpen.
Het hof bevestigde daarmee het vonnis van de politierechter met aanpassing van de motivering en veroordeelde verdachte voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van rijden tijdens ontzegging en veroordeeld voor rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs.