Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
In hetzelfde geschrift is bij afzonderlijke beschikking de aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB) 2017 bekendgemaakt.
2.2. Feiten
(…)
[onroerende zaak]U stelt voor dat de kapitalisatiefactor moet worden vastgesteld op 10,4 en de waarde op
€ 279.000,--.”
(…)
Rekening houdend met de argumenten welke belanghebbende in het beroepschrift heeft verwoord, heb ik een onderzoek ingesteld (…). Daartoe zijn (…) vergelijkingsobjecten op de bijlage ‘Overzicht taxatiewaarden’ geplaatst, zowel voor huur als voor verkoop. Het zijn (…) horecapanden welke rond de waardepeildatum 01-01-2016 zijn verkocht of verhuurd en waarvan de transacties voldoen aan de eisen die (…) in het kader van de wet WOZ (…) dienen te worden gesteld.
(…)
Ik ben van mening dat de staat van onderhoud van onderhavig object niet afwijkt ten opzichte van de referentie-objecten.
(…) er is geen sprake van verpaupering c.q. verloedering.
3.3. Geschil in hoger beroep
4.4. Beoordeling van het geschil
De vergelijkingsobjecten hebben een iets betere kwaliteit en realiseren daardoor ook een iets hogere huur.
De gemeente moet de waarde aannemelijk maken. Dat doet zij met vergelijkingsobjecten.
Ik sluit mij aan bij de vergelijkingsobjecten. Die zijn heel consistent. Als de gemeente zegt dat zij die objecten vergelijkbaar vindt qua afmetingen en huur, dan kan mijn redenering dat voor het bepalen van de kapitalisatiefactor het gemiddelde van die objecten moet worden genomen, worden gevolgd.”
- Een huurovereenkomst betreffende [onroerende zaak] , parterre en entresol, gedateerd 23 december 1992 en waarin vermeld een maandelijks huurbedrag per 1 januari 1993 van f 2.400;
- een stuk met als opschrift ‘Allonge I’, niet gedateerd en niet ondertekend, waarin ter zake van [onroerende zaak] met ingang van 1 januari 2014 een maandelijkse huur is vermeld van € 2.013,39.
€ 24.000. Uitgaande van een kapitalisatiefactor van 12,5 neemt belanghebbende nader het standpunt in dat de waarde van de onroerende zaak vastgesteld dient te worden op € 300.000.
€ 27.540. Ik bevestig dat. Dat bedrag is namelijk opgenomen in de door mij overgelegde matrix en is gebaseerd op drie vergelijkbare verhuurreferenties.”
Aan het gestelde ontbreken van grondstaffels kan voorbij worden gegaan, omdat de grondstaffels voor de gehanteerde waarderingsmethode niet een relevant element zijn.
5.Kosten
6.Beslissing
.
www.rechtspraak.nl.
mede te ondertekenen
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op
www.hogeraad.nl.
Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.