De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens het verrichten van beroepsvervoer met een vrachtauto zonder geldige communautaire vergunning. Hij voerde aan niet te weten dat een vergunning vereist was voor het vervoeren van goederen tot 500 kg met zijn bus, maar dit verweer werd door het hof verworpen.
Het hof overwoog dat iedere ondernemer in het economisch verkeer geacht wordt op de hoogte te zijn van de toepasselijke wet- en regelgeving en dat het opzoeken van de vergunningplicht een eigen verantwoordelijkheid is. De verdachte heeft beroepsvervoer verricht op een openbare weg te Nieuw-Vennep met een vrachtauto zonder vergunning, hetgeen wettig en overtuigend bewezen is verklaard.
Het hof stelde vast dat de verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit was veroordeeld en dat hij na het feit niet meer met justitie in aanraking was gekomen. Gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoon van de verdachte legde het hof een geheel voorwaardelijke geldboete van €4.300,- op met een proeftijd van twee jaar. Deze straf dient als stok achter de deur ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten.
Het vonnis van de economische politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht. De verdachte werd veroordeeld voor het bewezen verklaarde, terwijl overige tenlasteleggingen werden verworpen en vrijspraak volgde.