De verdachte heeft zich tijdens de nacht schuldig gemaakt aan een woninginbraak waarbij meerdere goederen zijn weggenomen terwijl de slachtoffers in de woning aanwezig waren en sliepen. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd met een aanvulling op de bewijsmotivering, waarbij de herkenningen van de verdachte door getuigen als betrouwbaar zijn beoordeeld.
De verdachte is eerder meerdere malen veroordeeld voor vermogensdelicten en vertoont een fragiele psychische gesteldheid, waaronder paranoïde wanen, wat heeft geleid tot een gedwongen opname. Het hof acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend gezien deze omstandigheden, maar legt wel een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden op met een proeftijd van twee jaar.
De verdachte heeft met een van de gestolen creditcards een bedrag van € 2.000 gepind, wat wijst op eigen geldelijk gewin zonder rekening te houden met de gevolgen voor de slachtoffers. Het hof benadrukt de impact van de inbraak op het veiligheidsgevoel van de slachtoffers en de samenleving.
De vorderingen van twee benadeelde partijen tot materiële schadevergoeding respectievelijk € 37,75 en € 2.314,30 worden toegewezen en opgelegd aan de verdachte, met wettelijke rente vanaf 4 februari 2015. De redelijke termijn is niet overschreden, en het vonnis wordt in zoverre vernietigd en opnieuw vastgesteld.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 11 juni 2020.