Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte was veroordeeld voor mishandeling van de benadeelde op of omstreeks 26 november 2018 te Alkmaar.
Tijdens de terechtzitting op 12 maart 2020 heeft het hof kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en de verdediging. De tenlastelegging betrof het slaan of stompen van de benadeelde in het gezicht of hoofd. Het hof heeft de stukken, waaronder camerabeelden en getuigenverklaringen, bestudeerd.
Het hof kon niet met de vereiste overtuiging vaststellen wat zich precies heeft afgespeeld vanwege tegenstrijdige verklaringen van getuigen en onvoldoende bewijs. Daarom sprak het hof de verdachte vrij van het tenlastegelegde.
De benadeelde partij had een schadevergoeding van €250,- gevorderd, welke in eerste aanleg was toegewezen. Nu de verdachte is vrijgesproken, is niet gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering tot schadevergoeding werd daarom afgewezen.
Het hof bepaalde dat beide partijen hun eigen kosten dragen. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het arrest werd uitgesproken op 26 maart 2020.