ECLI:NL:GHAMS:2020:4084
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen vrijspraak en bevestiging vonnis rechtbank Amsterdam
De verdachte was in eerste aanleg door de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van meerdere tenlasteleggingen. Tegen deze vrijspraak stelde de verdachte onbeperkt hoger beroep in, waarmee ook de vrijspraak werd aangevochten. Het gerechtshof oordeelde echter dat op grond van artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering geen hoger beroep openstaat tegen vrijspraakbeslissingen voor de verdachte. Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in zoverre het hoger beroep tegen de vrijspraak was gericht.
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank Amsterdam bevestigd voor zover het inhoudelijk aan het oordeel van het hof onderworpen was. De door de raadsvrouw naar voren gebrachte argumenten over bewijs en strafmaat leidden niet tot andere overwegingen of beslissingen. De advocaat-generaal had een gevangenisstraf van drie maanden geëist voor het onder 1 tenlastegelegde, maar dit werd door het hof niet anders beoordeeld dan de rechtbank.
Het arrest is gewezen na behandeling van de zaak in hoger beroep op 8 september 2020 en is uitgesproken op 22 september 2020 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen vrijspraak en het vonnis van de rechtbank Amsterdam is bevestigd.