ECLI:NL:GHAMS:2020:4086
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep en bevestiging vrijspraak en veroordeling
De verdachte was in eerste aanleg vrijgesproken van de tenlasteleggingen onder 2, 3, 4 en 5. Hij stelde hiertegen hoger beroep in, maar het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk voor zover het hoger beroep gericht was tegen deze vrijspraken, conform artikel 404 lid 5 Sv Pro.
Voor het onder 1 en 6 tenlastegelegde werd het hoger beroep wel ontvankelijk verklaard. De advocaat-generaal vorderde een gevangenisstraf van 7 maanden. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank, waarbij het bewijsverweer met betrekking tot het onder 6 tenlastegelegde werd besproken.
Het hof oordeelde dat de camerabeelden voldoende kwaliteit hadden voor herkenning en dat de processen-verbaal van herkenning betrouwbaar waren, ondanks bezwaren over algemene persoonskenmerken en mogelijke beïnvloeding tussen verbalisanten. Het bewijsverweer werd verworpen en het vonnis van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep voor vrijspraken en veroordeeld tot 7 maanden gevangenisstraf voor overige feiten.