Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in een zaak betreffende mishandeling en bedreiging op 14 mei 2018 te Alkmaar. Verdachte werd beschuldigd van het dreigen met een mes, een fiets en een kettingslot, en het plegen van openlijk geweld tegen twee benadeelden.
Tijdens het hoger beroep werd vastgesteld dat verdachte alleen een fietsslot in handen had en dat het dreigen met het mes en het omhoog houden van de fiets door een medeverdachte werd gedaan. Getuigenverklaringen en camerabeelden boden onvoldoende bewijs voor een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte. Verdachte ontkende geweld of bedreiging te hebben gepleegd.
Het hof kwam tot de conclusie dat het niet met de vereiste mate van zekerheid bewezen kon worden dat verdachte een significante bijdrage had geleverd aan het geweld of de bedreigingen. Daarom sprak het hof verdachte vrij van het primair en subsidiair ten laste gelegde. Tevens wees het hof de vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke gevangenisstraffen af en verklaarde het de schadevergoedingsvorderingen van de benadeelden niet-ontvankelijk.
De kettingslot, als in beslag genomen voorwerp, werd aan verdachte teruggegeven. De kosten van de procedure werden ieder voor eigen rekening gelaten.