Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Ook heeft hij haar bedreigd.’, opgenomen in de vierde alinea op blad 4 van het vonnis verwijdert;
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd waarin verdachte werd veroordeeld voor belaging van de aangeefster. Het hof oordeelde dat de gedragingen van verdachte, waaronder het zich begeven nabij de werkplek van de aangeefster en het sturen van brieven, een wederrechtelijke en stelselmatige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer vormden.
De politierechter had een contactverbod en een locatieverbod opgelegd, maar het hof vernietigde het locatieverbod omdat de aangeefster inmiddels een andere baan heeft. Het contactverbod werd verlengd van drie naar vier jaar vanwege overtredingen na het vonnis en werd dadelijk uitvoerbaar verklaard. Tevens werd vervangende hechtenis van 14 dagen per overtreding opgelegd.
Het hof voegde bewijsmiddelen toe, waaronder foto’s van briefjes die verdachte aan de aangeefster had gegeven, en bevestigde dat de gedragingen voldoende bewijs vormden voor belaging. De overige onderdelen van het vonnis werden bevestigd. De straf en maatregelen zijn gebaseerd op artikelen 22c, 22d, 38v, 38w en 285b van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Contactverbod van vier jaar met dadelijke uitvoerbaarheid opgelegd en locatieverbod opgeheven.