ECLI:NL:GHAMS:2020:431
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige ondanks verzoek ouders tot terugplaatsing
De zaak betreft een hoger beroep van de ouders tegen de beschikking van de kinderrechter die de machtiging tot uithuisplaatsing van hun minderjarige kind verlengde. De minderjarige is sinds februari 2019 uit huis geplaatst in een pleeggezin vanwege zorgen over de verzorging en opvoeding.
De ouders betogen dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar de mogelijkheden van terugplaatsing bij de vader, waaronder het niet inzetten van de beoordelingsboog en het niet laten uitvoeren van een persoonlijkheidsonderzoek. De GI en de raad stellen dat de situatie van de ouders onvoldoende is verbeterd en dat de hechtingsrelatie van het kind met het pleeggezin belangrijk is.
Het hof overweegt dat ondanks de teleurstelling van de ouders over het beoordelingsproces, voldoende informatie beschikbaar was om de machtiging te verlengen. De nauwe relatie tussen de ouders en de psychische problematiek van de moeder maken een thuisplaatsing bij de vader onrealistisch en mogelijk schadelijk voor het kind.
Daarom bekrachtigt het hof de beschikking tot verlenging van de uithuisplaatsing en wijst het subsidiaire verzoek van de ouders tot verkorting van de machtiging af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het verzoek van de ouders tot terugplaatsing of verkorting af.