De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een enquêteverzoek van een aandeelhouder tegen Bosal Nederland B.V. en haar buitenlandse moedermaatschappijen. Eerder had de Ondernemingskamer voorlopige voorzieningen getroffen, waaronder een verbod op conversie van preferente aandelen en dividenduitkeringen, en de benoeming van een niet-uitvoerende bestuurder met beslissende stem over informatievoorziening.
Op 12 februari 2020 berichtte de verzoeker dat partijen een minnelijke regeling hadden getroffen, waardoor de enquêteprocedure kon worden beëindigd en de verzoeken werden ingetrokken. Tevens werd afgesproken dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. Vertegenwoordigers van alle betrokken partijen bevestigden dit.
De Ondernemingskamer stelde vast dat er geen bezwaren waren tegen beëindiging van de voorzieningen en intrekking van het enquêteverzoek. Daarom werden de voorlopige voorzieningen van 31 oktober 2019 met ingang van heden opgeheven en werd het verzoek tot onderzoek niet verder behandeld.
De beschikking werd op 17 februari 2020 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter en raadsheren van de Ondernemingskamer, waarmee de procedure formeel werd afgesloten.