ECLI:NL:GHAMS:2020:691
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Aanhouding gezags- en omgangsregeling zaak minderjarige na verbroken relatie ouders
De zaak betreft een geschil tussen ouders over het gezamenlijk gezag en de zorgregeling voor hun minderjarige kind na het beëindigen van hun relatie. De vader verzocht om gezamenlijk gezag en een zorgregeling waarbij het kind regelmatig bij hem verblijft, terwijl de moeder dit betwistte vanwege de verstoorde relatie en de vermeende negatieve invloed op het kind.
De rechtbank had eerder gezamenlijk gezag toegekend en een zorgregeling vastgesteld waarbij het kind wekelijks enkele dagen bij de vader verblijft. De moeder ging hiertegen in hoger beroep en wilde het gezamenlijk gezag en het extra verblijf in het weekend beperken. De vader verzocht in incidenteel hoger beroep om de hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen en de zorgregeling uit te breiden, met verlaging van de kinderalimentatie.
Tijdens de procedure bleek dat de communicatie tussen ouders ernstig verstoord is, wat de gezamenlijke gezagsuitoefening bemoeilijkt. Het hof besloot de behandeling pro forma aan te houden om partijen de kans te geven deel te nemen aan een traject bij het Ouder en Kind Team, gericht op verbetering van de communicatie en samenwerking. De beslissing over gezag, zorgregeling, verblijfplaats en alimentatie wordt aangehouden tot na dit traject.
Uitkomst: De behandeling van het hoger beroep wordt aangehouden om partijen deel te laten nemen aan een traject bij het Ouder en Kind Team.