ECLI:NL:GHAMS:2020:710
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na vernietiging beschikking raadkamer rechtbank
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland die haar verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank vond dat de vergoeding betrekking had op feiten waarvoor appellante niet was veroordeeld en dat daardoor niet aan de voorwaarden van artikel 591a Sv was voldaan.
Het hof heeft het verzoek en de stukken bestudeerd en geoordeeld dat de feiten waarvoor appellante is veroordeeld niet meer behoren tot de zaak waarvoor de vergoeding wordt gevraagd. De strafzaak is geëindigd zonder strafoplegging of maatregel. Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van de vergoeding.
Verder is overwogen dat een opgelegde strafbeschikking niet onherroepelijk is, zodat verrekening van de vergoeding niet aan de orde is. Het hof vernietigt de beschikking van de raadkamer en wijst het verzoek toe, met een vergoeding van € 1.281,46.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de raadkamer en kent appellant een vergoeding van € 1.281,46 toe.