ECLI:NL:GHAMS:2020:724
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding
De verdachte werd bij verstek veroordeeld door de politierechter op 1 mei 2018. De dagvaarding was op 29 maart 2018 aan een huisgenoot uitgereikt. Het vonnis werd op 28 mei 2018 opgehaald door een gemachtigde met dezelfde achternaam als de verdachte, wat als kennisname van het vonnis wordt beschouwd volgens artikel 408 lid 2 Sv Pro.
De wettelijke termijn om hoger beroep in te stellen is veertien dagen na deze kennisname. De verdachte stelde het hoger beroep echter pas in op 17 juli 2018, ruim na het verstrijken van deze termijn. Er zijn geen omstandigheden aangevoerd die deze termijnoverschrijding rechtvaardigen.
Daarom verklaart het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 januari 2020.
Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de wettelijke termijn.