ECLI:NL:GHAMS:2020:797
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens intrekking bezwaren
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 2 maart 2020 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter van 27 juni 2019. De verdachte had hoger beroep ingesteld, maar tijdens de terechtzitting gaf zijn raadsvrouw aan dat hij zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenste te handhaven. Hij verzocht het hof hem op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk te verklaren.
Het hof heeft vervolgens vastgesteld dat er geen rechtens te respecteren belang meer bestaat bij het onderzoek van de zaak in hoger beroep. Daarom werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk wordt behandeld en het vonnis van de politierechter ongewijzigd blijft.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij drie rechters zitting hadden. Twee van hen waren niet in staat het arrest mede te ondertekenen. Het arrest werd uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van zijn bezwaren.