ECLI:NL:GHAMS:2020:805
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- A.V.T. de Bie
- M.T. Hoogland
- W.K. van Duren
- Rechtspraak.nl
Opheffing van het bewind over goederen van rechthebbende wegens wegvallen noodzaak
Rechthebbende is sinds 2012 onder bewind gesteld wegens onvermogen haar vermogensrechtelijke belangen te behartigen en schulden. Tijdens het bewind heeft zij een WSNP-traject doorlopen en is zij inmiddels schuldenvrij. De bewindvoerder voerde aan dat nieuwe schulden waren ontstaan door het tijdelijk huisvesten van haar ex-man, maar dit werd door rechthebbende als een eenmalige situatie toegelicht.
In hoger beroep verzocht rechthebbende primair het bewind op te heffen en subsidiair een andere bewindvoerder te benoemen. De bewindvoerder was niet aanwezig bij de zitting en heeft geen verweerschrift ingediend, maar het hof gaat ervan uit dat het eerdere verweer gehandhaafd blijft.
Het hof acht voldoende aannemelijk dat de noodzaak tot bewind is komen te vervallen, mede gelet op de schuldenvrijheid van rechthebbende en haar vermogen om haar financiën te regelen met hulp van derden. Daarom vernietigt het hof de beschikking van de kantonrechter en heft het bewind per 1 april 2020 op. Het subsidiaire verzoek tot benoeming van een andere bewindvoerder behoeft geen verdere bespreking.
Uitkomst: Het hof heft het bewind over de goederen van rechthebbende per 1 april 2020 op wegens het wegvallen van de noodzaak tot bewind.