Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het beklag
[beklaagde](hierna: beklaagde) ter zake van opruiing en aanzetten tot geweld.
Gerechtshof Amsterdam
Op 1 juni 2020 hield de beklaagde een toespraak tijdens een Black Lives Matter-demonstratie op de Dam in Amsterdam, waarin hij opruiende uitlatingen deed, waaronder een bedreiging gericht op Zwarte Piet. Klager deed hiertegen aangifte. De officier van justitie beoordeelde de uitlatingen als opruiend, maar koos voor een voorwaardelijk sepot om het maatschappelijk sentiment en de kans op geweld tijdens de sinterklaasperiode te beperken.
Het hof heeft het beklag van klager tegen deze beslissing behandeld en geoordeeld dat klager zelf ontvankelijk is, maar de stichting klaagster niet. Het hof concludeert dat de uitlatingen van beklaagde weliswaar opruiend zijn, maar dat de keuze van het openbaar ministerie voor een voorwaardelijk sepot begrijpelijk en niet onredelijk is, mede vanwege het preventieve en de-escalerende karakter.
Verder oordeelt het hof dat er onvoldoende bewijs is voor aanzetten tot haat of discriminatie en dat er geen sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel of belangenverstrengeling. Het beklag wordt daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het beklag tegen het voorwaardelijk sepot wegens opruiing en aanzetten tot geweld wordt afgewezen.