ECLI:NL:GHAMS:2021:1055

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 april 2021
Publicatiedatum
15 april 2021
Zaaknummer
K20/230372
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beklag niet ontvankelijk wegens ontbreken persoonlijk belang bij niet-vervolging opruiing

Klager diende een beklag in tegen het besluit van de officier van justitie om geen strafvervolging in te stellen tegen beklaagde wegens opruiing en aanzetten tot geweld. Het beklag werd behandeld door het gerechtshof Amsterdam, waarbij klager werd gehoord en zijn beklag toelichtte.

Klager gaf aan dat hij door de uitlatingen van beklaagde bang was dat mensen die zich als Zwarte Piet verkleden geslagen zouden worden. Tevens voelde hij zich gekwetst door een beledigende opmerking van beklaagde over moeders van Zwarte Pieten. Het hof oordeelde echter dat deze gevoelens onvoldoende verband hielden met het strafrechtelijk belang dat door de officier van justitie werd beschermd.

Volgens vaste jurisprudentie kan alleen degene die door het achterwege blijven van vervolging persoonlijk en bepaald wordt getroffen, als belanghebbende worden aangemerkt. Het hof concludeerde dat klager niet in een eigen belang werd getroffen en daarom niet ontvankelijk was in het beklag.

Het hof wees het beklag af en stelde dat tegen deze beschikking geen rechtsmiddel openstaat. De beslissing werd genomen door drie raadsheren op 15 april 2021.

Uitkomst: Het beklag wordt afgewezen wegens ontbreken van een persoonlijk en bepaald belang van klager.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

BEKLAGKAMER
Beschikking op het beklag met het rekestnummer K20/230372 van
[klager],
wonende te Rotterdam,
klager.

1.Het beklag

Het hof heeft op 15 september 2020 het klaagschrift ontvangen. Het beklag richt zich tegen de beslissing van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam om geen strafvervolging in te stellen tegen
[baklaagde](hierna: beklaagde) ter zake van opruiing en aanzetten tot geweld.

2.Het verslag van de advocaat-generaal

Bij verslag van 25 januari 2021 heeft de advocaat-generaal het hof in overweging gegeven Het beklag af te wijzen.

3.De ontvankelijkheid van klager

Terwijl aangifte kan worden gedaan door ieder die kennis draagt van een strafbaar feit, is de mogelijkheid tot het doen van beklag als bedoeld in artikel 12 Sv Pro beperkt tot rechtstreeks belanghebbenden.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan slechts degene die door het achterwege blijven van vervolging getroffen is in een belang dat hem bepaaldelijk aangaat worden aangemerkt als belanghebbende. Daarbij dient sprake te zijn van een objectief bepaalbaar, persoonlijk of kenmerkend belang. Bovendien moet worden beoordeeld of de overtreden strafbepaling beoogt dit specifieke belang van klager te beschermen.
Het hof heeft klager in de gelegenheid gesteld op 3 maart 2021 het beklag toe te lichten. Klager is in raadkamer verschenen en heeft het beklag toegelicht en gehandhaafd. Klager heeft verklaard dat hij vroeger als Zwarte Piet is opgetreden in de inrichting waar zijn zusje verbleef. Ook heeft hij in zijn beklag en in raadkamer aangegeven dat hij door de uitlatingen van beklaagde bang is geworden dat mensen die zich nu als Zwarte Piet verkleden geslagen gaan worden door beklaagde of anderen. Klager is bovenal gekwetst door de opmerking van beklaagde waarbij hij alle moeders van Zwarte Pieten ‘hoeren’ noemt.
Dat deze zinsnede klager gekwetst heeft is begrijpelijk. Echter, het is niet een opmerking die de beslissing van de officier van justitie raakt en onvoldoende om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt.
Klagers belang houdt onvoldoende verband met de door klager beweerde feiten. Klager wordt door het achterwege blijven van een strafvervolging dan ook niet getroffen in een eigen belang dat hem bepaaldelijk aangaat. Klager is niet-ontvankelijk in het beklag.

4.De beslissing

Het hof wijst het beklag af.
Deze beschikking, waartegen voor betrokkenen geen rechtsmiddel openstaat, is gegeven op 15 april 2021 door mrs. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, P.F.E. Geerlings en M. Gonggrijp-van Mourik, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. P. de Haas, griffier, en bij afwezigheid van de voorzitter en de griffier ondertekend door de oudste raadsheer.