Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het beklag
[baklaagde](hierna: beklaagde) ter zake van opruiing en aanzetten tot geweld.
Gerechtshof Amsterdam
Klager diende een beklag in tegen het besluit van de officier van justitie om geen strafvervolging in te stellen tegen beklaagde wegens opruiing en aanzetten tot geweld. Het beklag werd behandeld door het gerechtshof Amsterdam, waarbij klager werd gehoord en zijn beklag toelichtte.
Klager gaf aan dat hij door de uitlatingen van beklaagde bang was dat mensen die zich als Zwarte Piet verkleden geslagen zouden worden. Tevens voelde hij zich gekwetst door een beledigende opmerking van beklaagde over moeders van Zwarte Pieten. Het hof oordeelde echter dat deze gevoelens onvoldoende verband hielden met het strafrechtelijk belang dat door de officier van justitie werd beschermd.
Volgens vaste jurisprudentie kan alleen degene die door het achterwege blijven van vervolging persoonlijk en bepaald wordt getroffen, als belanghebbende worden aangemerkt. Het hof concludeerde dat klager niet in een eigen belang werd getroffen en daarom niet ontvankelijk was in het beklag.
Het hof wees het beklag af en stelde dat tegen deze beschikking geen rechtsmiddel openstaat. De beslissing werd genomen door drie raadsheren op 15 april 2021.
Uitkomst: Het beklag wordt afgewezen wegens ontbreken van een persoonlijk en bepaald belang van klager.