ECLI:NL:GHAMS:2021:1065
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding voor onrechtmatige voorlopige hechtenis zonder strafoplegging
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van immateriële en materiële schade als gevolg van zijn verzekering en voorlopige hechtenis in een strafzaak die zonder strafoplegging is geëindigd. Het hof heeft het verzoekschrift tijdig ontvangen en het standpunt van het Openbaar Ministerie en de advocaat-generaal in overweging genomen.
De voorlopige hechtenis van verzoeker duurde van 27 oktober 2016 tot 12 januari 2017, met beperkingen van 28 oktober tot 28 november 2016. De advocaat-generaal adviseerde toekenning van de schadevergoeding met een matiging van 15% wegens het zwijgen van verzoeker, maar het hof verwierp deze matiging omdat verzoeker al vroeg een inhoudelijke verklaring had gegeven en het zwijgen niet de oorzaak was van het voortduren van de hechtenis.
Het hof oordeelde dat gronden van billijkheid aanwezig zijn om een vergoeding toe te kennen van € 8.721,64 voor de verzekering en voorlopige hechtenis, en € 280,00 voor de kosten van rechtsbijstand. De beschikking is uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 10 maart 2021.
Uitkomst: Het hof kent verzoeker een schadevergoeding toe van € 9.001,64 voor onrechtmatige voorlopige hechtenis en gemaakte kosten.