ECLI:NL:GHAMS:2021:11

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 januari 2021
Publicatiedatum
11 januari 2021
Zaaknummer
200.264.785/01 OK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:345 BWArt. 2:349a BWArt. 2:350 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging enquêteonderzoek en onmiddellijke voorzieningen na minnelijke regeling Stichting Residentie Buitenzorg

De Ondernemingskamer Amsterdam heeft op 11 januari 2021 een beschikking gegeven in de zaak betreffende Stichting Residentie Buitenzorg (SRB). Eerder was een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van SRB vanaf 15 mei 2017, waarbij tevens onmiddellijke voorzieningen waren getroffen, waaronder de benoeming van een voorzitter van de raad van toezicht.

In de loop van de procedure is het maximale budget voor het onderzoek meerdere malen aangepast, oplopend tot €110.000 exclusief btw en kantoorkosten. Op 5 januari 2021 hebben partijen, vertegenwoordigd door hun advocaten, de Ondernemingskamer geïnformeerd dat zij een minnelijke regeling hebben getroffen en de procedure wensen te beëindigen.

De Ondernemingskamer heeft bevestigd dat er geen bezwaren zijn tegen de beëindiging en dat ook de onderzoeker en de voorzitter van de raad van toezicht geen bezwaar maken. De procedure wordt derhalve beëindigd en het eerder bevolen onderzoek en de onmiddellijke voorzieningen worden met ingang van heden ingetrokken.

Deze beslissing betekent dat het onderzoek naar het beleid van SRB en de daarbij getroffen voorzieningen niet verder worden voortgezet, waarmee een langdurige en kostbare procedure wordt voorkomen.

Uitkomst: Het enquêteonderzoek en de onmiddellijke voorzieningen worden beëindigd vanwege een minnelijke regeling.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.264.785/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 11 januari 2020
inzake
1. de stichting
STICHTING RESIDENTIE BUITENZORG,
gevestigd te Tynaarloo,
advocaten: (voorheen: mr. P. Lettinga), thans
mrs. R.G. Luinstraen
J. Hoitinga, beiden kantoorhoudende te Groningen,
2.
CLIËNTENRAAD STICHTING RESIDENTIE BUITENZORG,
advocaat: voorheen: mr. P. Lettinga, thans geen,
VERZOEKSTERS,
t e g e n
de stichting
STICHTING RESIDENTIE BUITENZORG,
gevestigd te Tynaarloo,
VERWEERSTER,
advocaten: (voorheen: mr. P. Lettinga), thans
mrs. R.G. Luinstraen
J. Hoitinga, beiden kantoorhoudende te Groningen,
e n t e g e n

1.[A] ,

wonende te [....] ,
2.
[B],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten:
mrs. R.G. Luinstraen
J. Hoitinga, beiden kantoorhoudende te Groningen,

3.[C] ,

wonende te [....] ,
advocaat: (voorheen: mr. P. Lettinga), thans
mr. P.M.J. de Goede, kantoorhoudende te Groningen,
4.
[D],
wonende te [....] ,
advocaat:
mr. M. Ubbens, kantoorhoudende te Groningen,
5.
[E],
wonende te [....] ,
advocaat:
mr. P. Lettinga, kantoorhoudende te Groningen,
BELANGHEBBENDEN.

1.Het verloop van het geding

1.1
Verzoekster sub 1 tevens verweerster wordt hierna aangeduid als SRB.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 26 september 2019, 3 en 7 oktober 2019, 26 november 2019 en 30 september 2020.
1.3
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van SRB over de periode vanaf 15 mei 2017, mr. P.V. Eijsvoogel (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten alsmede – bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding – M.C. Keesmaat benoemd tot voorzitter van de raad van toezicht van SRB.
1.4
Nadat partijen in de gelegenheid zijn gesteld zich uit te laten over de begroting van de kosten heeft de Ondernemingskamer bij beschikking van 26 november 2019 het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 75.000 exclusief btw en 5% kantoorkosten.
1.5
Bij beschikking van 30 september 2020 heeft de Ondernemingskamer op verzoek van de onderzoeker het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten nader vastgesteld op € 110.000 exclusief btw en 5% kantoorkosten.
1.6
Bij e-mail van 5 januari 2021 heeft mr. Luinstra namens SRB, E.A. Eckstein en A.B.D. van Doorn de Ondernemingskamer bericht dat partijen een minnelijke regeling hebben getroffen en dat zij de procedure wensen te beëindigen.
1.7
Bij e-mails van 7 januari 2021 hebben mr. Ubbens namens A. Schiphuis-Piël en mr. Lettinga namens A.S. Schiphuis de Ondernemingskamer bevestigd dat zij instemmen met de beëindiging van de procedure. Van de overige partijen is geen reactie ontvangen.
1.8
De onderzoeker en Keesmaat hebben de Ondernemingskamer laten weten dat zij geen bezwaar hebben tegen een beëindiging en dat hun declaraties zijn voldaan.

2.De gronden van de beslissing

Nu partijen een regeling hebben getroffen, er geen bezwaren zijn ontvangen tegen het verzoek tot beëindiging van het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen en de Ondernemingskamer voorts niet is gebleken van enig belang dat zich tegen de toewijzing van het verzoek verzet, zal de Ondernemingskamer het verzoek inwilligen aldus dat zij het bij beschikking van 26 september 2019 bevolen onderzoek en de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorzieningen zal beëindigen, een en ander met ingang van heden.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
beëindigt met ingang van heden het in haar beschikking van 26 september 2019 in deze zaak bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Stichting Residentie Buitenzorg en de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorzieningen.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en drs. M.A. Scheltema en mr. drs. G. Boon RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Prins en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2021.