Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
bepaalt, totdat een rechter anders heeft beslist of partijen in onderling overleg anders overeenkomen, de volgende voorlopige omgangsregeling met ingang van zondag 13 september 2020:
Gerechtshof Amsterdam
De man is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de voorzieningenrechter die weigerde de vrouw te gebieden de omgangsregeling met de minderjarige na te komen. De omgangsregeling was vastgesteld na een kort geding en voorzag in omgang om de veertien dagen op zondag.
Na vier keer omgang werd deze door de vrouw opgeschort vanwege een incident tussen de man en haar partner. De voorzieningenrechter achtte de opschorting gerechtvaardigd vanwege zwaarwegende belangen van de minderjarige, die kwetsbaar is en gedragsproblemen vertoont.
Het hof oordeelt dat het spoedeisend belang van de man aanwezig is, maar bevestigt dat de omgangsregeling niet hoeft te worden nageleefd zolang de omstandigheden zijn gewijzigd. Het rapport van de bijzondere curator en de verstoorde verstandhouding tussen partijen maken nakoming op dit moment in strijd met het belang van de minderjarige.
Het hof wijst het verzoek van de man af en bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter. De kosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot nakoming van de omgangsregeling af en bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter.