ECLI:NL:GHAMS:2021:1433
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgangsregeling na ontheffing gezag met geleidelijke uitbreiding
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin haar verzoek tot uitbreiding van de omgangsregeling met haar kinderen werd afgewezen. De ouders zijn ontheven uit het gezag over de kinderen, die bij pleegouders wonen. De moeder heeft sinds januari 2021 onbegeleide omgang met de kinderen bij de pleegouders thuis.
De moeder verzoekt om een regeling waarbij zij één weekend per maand onbegeleid met de kinderen kan doorbrengen bij haar thuis. De gezinsvoogd (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming stellen dat een dergelijke uitbreiding op dit moment te groot is gezien de huidige situatie en de aanvullende opvoedbehoefte van één van de kinderen. De kinderen staan open voor logeren, maar wensen zelf het tempo te bepalen.
Het hof overweegt dat hoewel de ouders trouw zijn in het nakomen van de omgangsregeling en hun problemen hebben aangepakt, het belang van de kinderen voorop staat. Gezien de huidige omgangssituatie, de ontwikkelingsfase van de kinderen en hun wensen, is een strakke opbouwregeling niet wenselijk. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en benadrukt dat de GI de omgang in overleg met ouders en pleegouders zal intensiveren met oog voor de belangen van de kinderen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het verzoek tot uitbreiding van de omgangsregeling af, met het oog op geleidelijke opbouw in het belang van de kinderen.