Uitspraak
Onderzoek van de zaak
11 mei 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Vonnis waarvan beroep
- de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna steeds: TBS) met voorwaarden, omdat het hof enigszins andere voorwaarden zal opleggen dan de rechtbank;
- de beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen, omdat de toewijzing van de immateriële schadevergoeding een nadere motivering behoeft nu deze niet is onderbouwd met medische stukken;
- de schadevergoedingsmaatregelen, omdat het hof daarbij in plaats van vervangende hechtenis zoals opgelegd door de rechtbank gijzeling zal toepassen.
- de bewijsmiddelen onder overweging 4.3.1. van het vonnis van de rechtbank aanpassen en daaraan een bewijsmiddel toevoegen.
- de strafmotivering onder overweging 7 van het vonnis van de rechtbank vervangen door onderstaande strafmotivering.
Oplegging van straf en maatregelen
26 april 2021, de beslissing van de rechtbank bevestigen dat aan de verdachte de gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel wordt opgelegd, op de door de rechtbank genoemde gronden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
BESLISSING
ter beschikking wordt gesteld, en stelt daarbij de voorwaarden dat:
dadelijk uitvoerbaarzijn.
€ 650,00 (zeshonderdvijftig euro) bestaande uit € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) materiële schade en € 400,00 (vierhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
[benadeelde 2] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 650,00 (zeshonderdvijftig euro) bestaande uit € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) materiële schade en € 400,00 (vierhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
3 oktober 2018.
€ 500,00 (vijfhonderd euro) bestaande uit € 100,00 (honderd euro) materiële schade en € 400,00 (vierhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
[benadeelde 1] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 500,00 (vijfhonderd euro) bestaande uit € 100,00 (honderd euro) materiële schade en € 400,00 (vierhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
3 oktober 2018.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.
Legt veroordeelde tevens op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking (artikel 38z Sr).
mr. S.H.M. van Gennip, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 mei 2021.