ECLI:NL:GHAMS:2021:1495
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervangende toestemming verhuizing minderjarige naar Hongarije
De vrouw verzocht om vervangende toestemming om met haar minderjarige kind naar Hongarije te verhuizen. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit en zijn gescheiden in procedure. De rechtbank had het verzoek reeds afgewezen en de vrouw ging in hoger beroep.
De vrouw stelde dat haar heimwee en psychische klachten haar noodzaak tot verhuizing rechtvaardigen en dat de minderjarige in Hongarije een vertrouwde omgeving heeft. Zij bood compensatie aan in de vorm van uitgebreide omgangsregelingen en financiële tegemoetkomingen voor de vader.
De man betwistte de noodzaak en stelde dat de huidige situatie in Nederland beter is voor het kind en dat de vader een volwaardige rol in de verzorging en opvoeding heeft. Hij vond de voorgestelde omgangsregeling onvoldoende en wees op de grotere afstand en beperktere vervoersmogelijkheden naar Hongarije.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de verhuizing toe te staan. Het hof oordeelde echter dat het belang van het kind bij een gelijkwaardige verzorging door beide ouders zwaarder weegt dan het belang van de vrouw. De grotere afstand naar Hongarije beperkt de rol van de vader en de omgangsmogelijkheden onvoldoende. Daarom werd het verzoek afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het verzoek van de moeder om vervangende toestemming voor verhuizing naar Hongarije wordt afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.