ECLI:NL:GHAMS:2021:1509
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling grootmoeder met kleinkind en raadsonderzoek
De grootmoeder is in hoger beroep gekomen tegen de afwijzing van haar verzoek tot een omgangsregeling met haar kleinkind, geboren in 2012, wiens vader in 2018 is overleden. De moeder, die het gezag heeft, verzet zich tegen een vaste omgangsregeling vanwege gedragsproblemen bij het kind en een verstoorde relatie met de grootmoeder.
Tijdens de procedure zijn tijdelijke omgangsmomenten overeengekomen, maar verdere afspraken liepen spaak door onenigheid over voorwaarden en de betrokkenheid van derden. De Raad voor de Kinderbescherming onderschrijft het belang van contact, maar constateert onvoldoende draagvlak.
Het hof oordeelt dat het belang van het kind bij contact met zijn grootmoeder prevaleert en stelt een omgangsregeling vast van één zondagmiddag per vier weken van 15.00 tot 17.00 uur. Tevens verzoekt het hof de raad een onderzoek te verrichten naar de wenselijkheid en mogelijke uitbreiding van de omgangsregeling, waarbij ook de stem van het kind wordt gehoord. De behandeling wordt aangehouden tot het rapport van de raad is ontvangen.
Uitkomst: Het hof stelt een omgangsregeling vast van één zondagmiddag per vier weken en beveelt een raadsonderzoek naar uitbreiding.