ECLI:NL:GHAMS:2021:1526
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot bewind en mentorschap wegens voldoende bescherming door notariële volmacht
In deze civiele familiezaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 25 mei 2021 uitspraak gedaan over het hoger beroep van verzoeker tegen de afwijzing van zijn verzoek tot het instellen van bewind en mentorschap ten behoeve van betrokkene.
Betrokkene, geboren in 1932 en verblijvend in een woonzorggroep, is dementerend en niet in staat haar belangen zelf volledig waar te nemen. Verzoeker stelde dat verweerder misbruik maakt van een volmacht en dat het vermogen van betrokkene niet goed wordt beheerd, mede vanwege een verstoorde onderlinge verhouding. Verweerder betwistte deze stellingen en wees op een notariële volmacht uit 2013 die hem het recht geeft de belangen van betrokkene te behartigen.
Het hof oordeelde dat ondanks de geestelijke toestand van betrokkene de belangen voldoende worden beschermd door de volmacht. Er was geen bewijs van misbruik of noodzaak tot bewindvoering. Het verzoek tot benoeming van een professioneel bewindvoerder en mentorschap werd daarom afgewezen. Verzoeker werd niet-ontvankelijk verklaard voor het deel van het hoger beroep dat betrekking had op het mentorschap. De kosten van de procedure worden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: Het verzoek tot instelling van bewind en mentorschap wordt afgewezen omdat betrokkene voldoende beschermd wordt door de notariële volmacht aan verweerder.