ECLI:NL:GHAMS:2021:155

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 januari 2021
Publicatiedatum
26 januari 2021
Zaaknummer
23-001578-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.9 Algemene Plaatselijke Verordening 2008Art. 172 GemeentewetArt. 177 GemeentewetArt. 184 SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens opzettelijk niet voldoen aan gebiedsverbod in Amsterdam

In deze zaak stond de verdachte terecht voor het opzettelijk niet voldoen aan een gebiedsverbod dat door de burgemeester van Amsterdam was opgelegd. Het hof behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter, waarin verdachte was veroordeeld voor het negeren van een verbod zich te bevinden in het dealeroverlastgebied Centrum.

De feiten betroffen twee afzonderlijke momenten in maart 2020 waarop verdachte zich ondanks het verbod toch in het gebied bevond. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 12 en 14 maart 2020 het bevel om zich uit het gebied te verwijderen en daar drie maanden niet te begeven, heeft genegeerd. Andere tenlasteleggingen werden niet bewezen verklaard.

De strafbaarheid werd bevestigd, waarbij het hof oordeelde dat geen omstandigheden de strafuitsluiting rechtvaardigden. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken, gelijk aan de straf die de politierechter oplegde. Het hof nam mee dat verdachte eerder onherroepelijk was veroordeeld voor misdrijven, waardoor hij niet als first offender kon worden beschouwd. Ook werd gewezen op het belang van handhaving van de openbare orde en het beleid van de burgemeester.

Het hof wees het verzoek van de verdediging af om de straf voorwaardelijk op te leggen of te vervangen door een taakstraf of geldboete, mede vanwege de verslaving en het ontbreken van een vast inkomen bij verdachte. Het arrest werd uitgesproken op 25 januari 2021 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf wegens opzettelijk niet voldoen aan een gebiedsverbod.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001578-20
datum uitspraak: 25 januari 2021
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 10 juli 2020 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-066428-20 (zaak A) en 13-067303-20 (zaak B) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1985,
adres: [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
11 januari 2021.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd
in zaak A dat:hij, op 12 maart 2020 te 20:30 uur te Amsterdam, opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en Pro/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied Centrum, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;
en in zaak B dat:hij op 14 maart 2020 te 23:15 uur te Amsterdam, opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en Pro/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied Centrum, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
in zaak A:hij op 12 maart 2020 te 20:30 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 door de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied Centrum te verwijderen en zich daar gedurende
3 maanden niet meer te bevinden.
en in zaak B:hij op 14 maart 2020 te 23:15 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 door de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied Centrum te verwijderen en zich daar gedurende
3 maanden niet meer te bevinden.
Hetgeen in de zaken A en B meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaken A en B bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het in de zaken A en B bewezenverklaarde levert telkens op:
opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in de zaken A en B bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het in de zaken A en B tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd.
De raadsvrouw heeft het hof verzocht de verdachte een voorwaardelijke (gevangenis)straf op te leggen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich op twee dagen schuldig gemaakt aan het negeren van een gebiedsverbod, uitgevaardigd door de burgemeester van Amsterdam. Door zo te handelen heeft hij er blijk van gegeven zich niets gelegen te laten liggen aan een besluit van het bevoegde gezag, dat is genomen met het oog op handhaving van de openbare orde in het betreffende gebied. Ook doorkruist hij daarmee het ter zake daarvan gevoerde beleid.
Uit een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 28 december 2020 blijkt dat de verdachte eerder meermalen onherroepelijk is veroordeeld wegens misdrijven. Anders dan de raadsvrouw meent kan de verdachte dus niet als
first offenderworden gezien, ook al is hij niet eerder vanwege overtreding van artikel 184 van Pro het Wetboek van Strafrecht onherroepelijk veroordeeld. Die omstandigheid wordt in zijn nadeel gewogen.
Het hof is verder van oordeel dat de straf die door de politierechter is uitgesproken in de pas loopt met de straffen die in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd, zeker als daarbij de (algemene) recidive van de verdachte in ogenschouw wordt genomen. Nu het hof voorts met de raadsvrouw van oordeel is dat de oplegging van een taakstraf niet is aangewezen en het evenmin in de rede ligt om de verdachte, die verslaafd is aan crack en geen (vast) inkomen heeft, een geldboete op te leggen (en er dus met geen andere straf kan worden volstaan dan met een vrijheidsbenemende straf), acht het hof de in eerste aanleg opgelegde straf passend en geboden. In hetgeen in hoger beroep naar voren is gebracht ziet het hof geen aanleiding om die straf in voorwaardelijke vorm op te leggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 63 en 184 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaken A en B tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaken A en B bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. J.J.I. de Jong en mr. H.A. van Eijk, in tegenwoordigheid van
mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
25 januari 2021.
mr. C.N. Dalebout is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.