ECLI:NL:GHAMS:2021:162
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring dagvaarding in hoger beroep wegens niet-uitreiking op verblijfplaats verdachte
In deze strafzaak is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter. Het hof onderzocht de geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep. Volgens artikel 36e, lid 1, van het Wetboek van Strafvordering moet de dagvaarding worden uitgereikt aan de feitelijke woon- of verblijfplaats van de verdachte indien deze niet gedetineerd is en niet in de Basisregistratie Persoon staat ingeschreven.
De verdachte was ten tijde van de dagvaarding niet gedetineerd en niet ingeschreven in de BRP. Tijdens een eerder verhoor gaf de verdachte een adres op als verblijfplaats. Het hof acht dit adres als de feitelijke verblijfplaats. Uit het dossier en de zitting bleek echter dat de dagvaarding niet aan dit adres is uitgereikt.
Omdat de dagvaarding niet op de wettelijk voorgeschreven wijze is uitgereikt en de verdachte noch zijn gemachtigde verschenen is, verklaart het hof de dagvaarding in hoger beroep nietig. Hierdoor kan het hoger beroep niet worden behandeld.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens niet-uitreiking op de verblijfplaats van de verdachte.