ECLI:NL:GHAMS:2021:1621
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling in hoger beroep
In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens mishandeling van een benadeelde op of omstreeks 3 april 2018 te Amsterdam. De tenlastelegging omvatte onder meer het vastpakken van de benadeelde bij zijn kraag, het naar de grond trekken, en het toebrengen van slagen en schoppen.
Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en in hoger beroep de verdachte vrijgesproken. De reden voor de vrijspraak is het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. De enige getuige heeft bij de raadsheer-commissaris verklaard te twijfelen aan zijn eerdere verklaring en gaf aan niet zeker te zijn of hij alles goed had waargenomen. Daarnaast was er sprake van letsel bij de verdachte na het incident, wat het bewijs tegen verdachte verder ondermijnt.
De benadeelde partij had een vordering tot schadevergoeding ingediend, die in eerste aanleg was toegewezen. Het hof verklaarde deze vordering niet-ontvankelijk omdat de verdachte niet schuldig werd bevonden aan het tenlastegelegde. De benadeelde werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de verdachte.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 6 mei 2021.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs mishandeling.