Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam, waarin verdachte werd veroordeeld voor diefstal van meerdere deodoranten ter waarde van ongeveer 32 euro uit een winkel te Amsterdam.
De verdediging voerde aan dat de koppeling tussen verdachte en de persoon op camerabeelden niet kon worden gemaakt, maar het hof verwierp dit verweer op basis van het proces-verbaal van bevindingen van het uitkijken van de camerabeelden. Hieruit bleek overtuigend dat verdachte de diefstal heeft gepleegd.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 29 juni 2020 te Amsterdam meerdere deodoranten heeft weggenomen met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen. Gelet op de ernst van het feit, de recidive van verdachte en de schade en overlast voor de winkelier, legde het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken op, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.