ECLI:NL:GHAMS:2021:1627
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep mishandeling in geschil over geldlening met verworpen beroep op noodweerexces
De verdachte bezocht de aangever vanwege een langlopend geschil over een geldlening, vergezeld door een vriend om de aangever eventueel tegen te houden. De aangever voelde zich geïntimideerd doordat de verdachte en zijn vriend hem bij zijn woning opwachtten. Toen de aangever zijn woning wilde betreden, werd hij door de verdachte bij zijn kraag vastgepakt om binnenkomst te verhinderen. Hierop gaf de aangever een klap, waarna de verdachte meerdere keren sloeg, wat leidde tot letsel bij de aangever.
De verdachte voerde in hoger beroep aan dat hij uit noodweer handelde, omdat hij zich verdedigde tegen de klap van de aangever. Het hof oordeelde echter dat het vastpakken en verhinderen van de aangever zijn woning te betreden een wederrechtelijke aanranding vormde, waardoor de aangever zich verdedigingswaardig had gedragen. De klap van de aangever was niet disproportioneel en dus geen wederrechtelijke aanranding van de verdachte.
Daarom werd het beroep op noodweer en noodweerexces verworpen. Het hof vernietigde het vonnis alleen ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel en legde een nieuwe schadevergoeding van €350,- plus wettelijke rente op, met een maximale gijzelingstermijn van zeven dagen. Voor het overige werd het vonnis bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigde de veroordeling voor mishandeling en verwierp het beroep op noodweerexces.