Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam inzake mishandeling en bedreiging. De verdachte werd verweten [benadeelde] te hebben mishandeld en bedreigd met messen. De verdediging voerde zelfverdediging aan en betwistte de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen.
Het hof oordeelde dat de verklaringen van de benadeelde en getuigen betrouwbaar zijn en dat het onaannemelijk is dat de benadeelde als eerste heeft geslagen. De verdachte heeft bovendien geen geloofwaardige verklaring gegeven over het gebruik van pollepels in plaats van messen. Foto’s en verklaringen bevestigden dat de benadeelde letsel en pijn had door de mishandeling.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding van €12.483,33, bestaande uit materiële schade wegens studievertraging en immateriële schade. Het hof wees de materiële schadevordering af wegens onvoldoende bewijs dat de studievertraging door het incident werd veroorzaakt en vanwege de complexiteit van het onderzoek. De immateriële schadevergoeding van €700,00 werd toegewezen vanwege de grote impact van de mishandeling en bedreiging.
Het hof legde de verdachte op deze schadevergoeding te betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 21 september 2017, en bevestigde het vonnis voor het overige. De duur van gijzeling werd vastgesteld op maximaal 14 dagen als dwangmiddel bij niet-betaling.