ECLI:NL:GHAMS:2021:1662
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing minderjarige bij vader wegens belang en veiligheid
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de kinderrechter die machtiging gaf tot uithuisplaatsing van haar minderjarige zoon bij de vader. De minderjarige verblijft sinds november 2020 bij de vader na ernstige zorgen over zijn welzijn bij de moeder. De moeder verzocht tevens om een contra-expertise, welke werd afgewezen.
In eerste aanleg was de minderjarige onder toezicht gesteld van een gecertificeerde instelling (GI). De GI stelde dat de uithuisplaatsing noodzakelijk was vanwege loyaliteitsconflicten en psychische onveiligheid bij de moeder. De moeder gaf aan dat zij aan haar problematiek werkt en dat de uithuisplaatsing onrechtmatig is, mede omdat onvoldoende zicht zou zijn op de situatie bij de vader.
Het hof oordeelt dat de uithuisplaatsing in het belang van de minderjarige noodzakelijk is. Er zijn ernstige zorgen over de situatie bij de moeder, die ondanks hulpverlening moeite heeft om aan te sluiten bij de behoeften van de minderjarige. De vader biedt een stabiele en veilige omgeving. De moeder belast de minderjarige met volwassenenproblematiek en uit zich negatief over de vader, wat schadelijk is. Het verzoek tot contra-expertise wordt afgewezen omdat nader onderzoek nu te belastend zou zijn.
De beschikking van de kinderrechter wordt bekrachtigd. Het hof benadrukt dat het perspectief en de situatie bij de vader verder onderzocht zullen worden in eventuele opvolgende procedures.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de vader en wijst het verzoek tot contra-expertise af.